Eiser en zijn ex-partner zijn ieder voor de helft eigenaar van een voormalige echtelijke woning die verkocht is met levering gepland op 15 januari 2024. Op de woning rust beslag gelegd door gedaagde vanwege een huurachterstand. Eiser heeft de huurachterstand en bijkomende kosten voldaan en biedt daarnaast zekerheid door €15.000 in depot te stellen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beslag op de woning moet worden opgeheven om de levering mogelijk te maken, mede vanwege het spoedeisend belang dat samenhangt met de financiering van een nieuwe woning. De vordering waarvoor het beslag is gelegd is grotendeels voldaan, en het aanbod van zekerheid is voldoende om het resterende risico af te dekken.
Gedaagde weigert het beslag op te heffen omdat zij stelt dat er nog een openstaand bedrag is, maar de rechter gaat uit van het verstekvonnis en de betaling door eiser. De ontruimingskosten en huur voor 2024 worden deels niet meegenomen vanwege onzekerheid over oplevering. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd.
Het vonnis bepaalt dat het beslag wordt opgeheven onder de voorwaarde dat eiser €15.000 in depot plaatst bij de notaris bij levering van de woning. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.