ECLI:NL:RBMNE:2024:4610

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 juli 2024
Publicatiedatum
26 juli 2024
Zaaknummer
UTR 24/2501
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:38 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht in bestuursrechtelijke zaak

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit op bezwaar van 16 februari 2024 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laren. De rechtbank heeft eiser meerdere malen verzocht het griffierecht van €187,- te voldoen, eerst per aangetekende brief en daarna per gewone post nadat de aangetekende brief onbestelbaar was.

Eiser heeft het griffierecht niet betaald en geen geldige reden gegeven voor het niet voldoen hiervan. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is betaling van griffierecht verplicht om het beroep inhoudelijk te kunnen behandelen. De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier E.J.H.C. Hui op 11 juli 2024 te Utrecht. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2501

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2024 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laren, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit op bezwaar van 16 februari 2024.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 187,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 4 mei 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Hierna is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, op 28 mei 2024 per gewone post verzonden aan eiser. Daarbij is vermeld dat de in de brief van 4 mei 2024 genoemde termijn niet opnieuw aanvangt.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.