Eiseres diende op 12 december 2023 een verzoek in op grond van de Wet open overheid (Woo). Dit verzoek werd op 21 december 2023 ontvangen door verweerder, die volgens de wettelijke termijn uiterlijk op 2 februari 2024 een besluit moest nemen. Deze termijn werd echter overschreden.
Eiseres stelde verweerder op 21 februari 2024 in gebreke en startte op 8 mei 2024 een beroep wegens het uitblijven van een besluit. Verweerder gaf aan dat door een nieuwe werkwijze en prioritering van omvangrijke verzoeken het besluit niet eerder dan augustus 2024 genomen kon worden.
De rechtbank oordeelt dat dit een bijzonder geval betreft en verlengt de beslistermijn tot vier weken na verzending van de uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000, opgelegd voor verdere overschrijding. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en verweerder wordt verplicht het griffierecht van €371 aan eiseres te vergoeden.