ECLI:NL:RBMNE:2024:4631

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 juni 2024
Publicatiedatum
26 juli 2024
Zaaknummer
UTR 23/5900
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht en formele tekortkomingen

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van 1 november 2023. De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat eiseres het griffierecht van €50,- niet heeft betaald, ondanks een aangetekende aanmaning. Daarnaast voldeed het beroepschrift niet aan de formele vereisten: het was niet ondertekend en ontbrak een adres. Eiseres kreeg de gelegenheid deze gebreken te herstellen, maar heeft hier niet op gereageerd.

De rechtbank baseert haar oordeel op artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin staat dat bij niet-betaling van het griffierecht het beroep niet-ontvankelijk is, tenzij er een geldige reden is. Omdat eiseres geen geldige reden heeft opgegeven en de formele tekortkomingen niet heeft hersteld, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank heeft geen inhoudelijke beoordeling van het beroepschrift gegeven en wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 28 juni 2024 in Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het niet voldoen aan formele vereisten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5900

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juni 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , [woonplaats] , eiseres,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder,
(gemachtigde: J.R. Staarthof).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 1 november 2023.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 50,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 7 februari 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Het beroep is ook kennelijk niet-ontvankelijk, omdat eiseres het beroepschrift niet heeft ondertekend en het beroepschrift niet is voorzien van haar adres. Zij is bij aangetekende brief van 13 mei 2024 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Zij heeft op deze brief niet gereageerd.
8. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.