Uitspraak
Zitting
Beslissing
Motivering van de beslissing
proces-verbaal te ondertekenen
Rechtbank Midden-Nederland
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een geschil over de leges die eiser moet betalen voor de behandeling van zijn aanvraag om een omgevingsvergunning. Eiser stelde dat hij recht had op teruggaaf van leges op grond van de geldende tarieventabel, omdat hij meende dat hij de mogelijkheid had moeten krijgen om zijn aanvraag in te trekken.
De rechtbank overwoog dat de behandelend ambtenaar eiser de gelegenheid had gegeven om uiterlijk op 30 augustus 2023 zijn aanvraag in te trekken. Eiser had op 21 augustus 2023 laten weten niet voornemens te zijn de aanvraag in te trekken en wilde een definitief standpunt innemen. Op 23 augustus 2023 werd eiser geïnformeerd dat de aanvraag zou worden overgedragen aan juridisch medewerkers en dat de vergunning geweigerd zou worden. Ondanks dat had eiser nog een week de tijd om de aanvraag in te trekken, maar dit heeft hij niet gedaan.
De rechtbank vond de communicatie van de ambtenaar duidelijk en oordeelde dat het beroep ongegrond is omdat de aanvraag niet is ingetrokken en de heffingsambtenaar terecht geen korting op de legesaanslag berekende. De heffingsambtenaar hoeft geen griffierecht of proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 19 juli 2024 mondeling uitgesproken en schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de aanvraag niet is ingetrokken en daarom geen korting op de legesaanslag verschuldigd is.