ECLI:NL:RBMNE:2024:4650
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking rechter wegens objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid bij afwijzing uitstelverzoek in ondertoezichtstelling
In deze zaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die het verzoek om uitstel en verplaatsing van een mondelinge behandeling in een ondertoezichtstellingszaak had afgewezen. Verzoekster en haar advocaat waren op vakantie en konden zich daardoor niet voorbereiden of de zitting bijwonen. De rechter wees het verzoek af met het argument dat een ondertoezichtstelling in beginsel een spoedeisend belang heeft en dat er voldoende mogelijkheden waren om de zitting bij te wonen, onder meer via videoverbinding.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Hoewel negatieve procesbeslissingen doorgaans geen grond voor wraking vormen, oordeelde de wrakingskamer dat de combinatie van omstandigheden – waaronder de korte termijn van de uitnodiging, de vakantie van verzoekster en haar advocaat, de taalbarrière en het ontbreken van rekening houden met hun verhinderingen – een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid oplevert.
De wrakingskamer concludeert dat de rechterlijke onpartijdigheid in deze situatie niet kan worden vermoed en verklaart het wrakingsverzoek gegrond. De beslissing is genomen door een meervoudige wrakingskamer en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is gegrond verklaard wegens objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid.