Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.VORDERING
3.BEOORDELING VAN DE VORDERING
verklaring van veroordeelde, afgelegd ter terechtzitting van 10 juli 2024, volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
4.TOEGEPAST WETSARTIKEL
5.BESLISSING
stelt het bedragwaarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
€ 9.368,03(zegge:
negenduizend driehonderdachtenzestig euro en drie eurocent);
legtde veroordeelde de
verplichtingop tot betaling van
€ 9.368,03(zegge:
negenduizend driehonderdachtenzestig euro en drie eurocent) aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
bepaaltde duur van de
gijzelingdie met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op
187 dagen.