ECLI:NL:RBMNE:2024:4698
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- R.C. Stijnen
- M.M. Janssen
- J.P. Killian
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken advocaatondertekening bij verplichte procesvertegenwoordiging
De wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland ontving op 19 juli 2024 een wrakingsverzoek van verzoeker gericht tegen de rechter in de hoofdzaak met kenmerk C/16/577854 HL ZA 24-183. Omdat in deze hoofdzaak verplichte procesvertegenwoordiging geldt, wees de wrakingskamer verzoeker er direct op dat het wrakingsverzoek door een advocaat ondertekend moet zijn. Verzoeker kreeg tot 29 juli 2024 de tijd om dit te herstellen.
Verzoeker reageerde met een e-mail waarin hij kritiek uitte op de procedurekosten en het wrakingsrecht, maar diende geen nieuw, correct ondertekend wrakingsverzoek in. De wrakingskamer besloot daarom het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk te verklaren en zag af van een mondelinge behandeling.
De wrakingskamer bepaalde dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens het ontbreken van een advocaatondertekening.