De bankmedewerker werkte van februari tot augustus 2022 bij de bank en legde de bankierseed af, waarin integriteit en zorgvuldigheid worden vereist. Hij heeft klanten bewogen om via een geldlening aan hem te beleggen in cryptovaluta, een activiteit die de bank niet aanbiedt. Hierdoor verloor een klant €99.500, die de bank aan de klant heeft moeten terugbetalen.
De bank vordert dit bedrag van de medewerker op grond van wanprestatie, schending van de bankierseed, onrechtmatige daad en nakoming van de geldleningsovereenkomst. De rechtbank oordeelt dat de medewerker de bankierseed en gedragsregels heeft geschonden door belangenverstrengeling en het schaden van het vertrouwen van klanten en samenleving.
Daarnaast is vastgesteld dat de medewerker de geldlening niet heeft terugbetaald, waardoor de bank op grond van een rechtsgeldige cessie de vordering kan innen. De rechtbank wijst de vordering van €99.500 toe, inclusief wettelijke rente vanaf datum dagvaarding en buitengerechtelijke incassokosten.
De medewerker wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag, rente, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het ook bij hoger beroep direct kan worden uitgevoerd.