Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] .,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
2.Waar gaat deze zaak over?
3.De beoordeling
4.De beslissing
7 augustus 2024.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een kort geding waarin eiser, verhuurder van woonruimte, vordert dat gedaagde, huurder van die woonruimte, wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van een aanzienlijke huurachterstand. Gedaagde huurt de woonruimte om buitenlandse werknemers te huisvesten, maar heeft nooit huur betaald. Eiser heeft de huurachterstand deels verrekend met facturen van gedaagde, maar er resteert een achterstand van € 25.780,50.
Tijdens de mondelinge behandeling verscheen alleen eiser met haar gemachtigde en medewerkers; gedaagde was niet aanwezig en heeft geen uitstel verzocht, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot betaling van de huurachterstand en de toekomstige huurtermijnen tot ontruiming terecht is toegewezen. Ook de vordering tot ontruiming wordt toegewezen, omdat onderhuurders van onzelfstandige woonruimte geen huurbescherming genieten.
Daarnaast wordt een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toegekend, zij het gemaximeerd volgens het toepasselijke Besluit. Gedaagde wordt hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de ontruimingstermijn is vastgesteld op veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van huurachterstand, toekomstige huur, incassokosten en proceskosten.