In deze civiele procedure vordert een Belgische rechtspersoon betaling van een factuur voor medische behandelingen uitgevoerd in België. De gedaagde betwist betaling en voert een tegenvordering in verband met een vermeende schending van de medische geheimhoudingsplicht door het gebruik van een factuur met persoonsgegevens.
De kantonrechter onderzoekt eerst de internationale bevoegdheid en toepasselijkheid van het recht. Op grond van de Brussel I bis-verordening is de Nederlandse rechter bevoegd omdat de gedaagde in Nederland woont. Voor de hoofdvordering is Belgisch recht van toepassing, terwijl voor de tegenvordering Nederlands recht geldt volgens Rome I en Rome II-verordeningen.
De kantonrechter oordeelt dat de factuur een rechtmatig bewijs is en dat het gebruik van persoonsgegevens proportioneel en noodzakelijk is voor de rechtsvordering. De gedaagde is tekortgeschoten in zijn betalingsverplichting en moet het factuurbedrag, vermeerderd met schadevergoeding, administratiekosten en wettelijke rente, betalen.
De tegenvordering wegens schending van privacy wordt afgewezen omdat geen onrechtmatig handelen is vastgesteld. De proceskosten worden aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.