ECLI:NL:RBMNE:2024:4819
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
De burgemeester heeft besloten de huurwoning van verzoekers voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b Opiumwet vanwege de vondst van een handelshoeveelheid softdrugs, een vuurwapen en drugshandelgerelateerde goederen in de woning, schuur en garagebox. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was en dat de sluiting noodzakelijk en evenwichtig is. De aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs en goederen voor verwerking en verpakking duidt op betrokkenheid bij drugshandel, ook in georganiseerd verband. Het tijdsverloop sinds de doorzoeking is niet onredelijk gezien de zorgvuldigheid en betrokkenheid van Veilig Thuis.
Hoewel verzoekers stelden dat de medische situatie van hun jonge kinderen en het thuiswerken van verzoekster een bijzondere binding met de woning vormen, acht de voorzieningenrechter dit onvoldoende onderbouwd. De medische zorg kan ook elders worden voortgezet en verzoekers hebben onvoldoende aangetoond dat zij geen alternatieve woonruimte kunnen vinden.
De voorzieningenrechter concludeert dat de sluiting noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat en evenwichtig is in de gegeven omstandigheden. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de sluiting van de woning voor drie maanden in stand blijft.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de sluiting van de woning wordt afgewezen, waardoor de woning voor drie maanden wordt gesloten.