Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 juli 2024, met producties 1 tot en met 6;
- de brief van [eiser] van 11 juli 2024, met producties 7 tot en met 9.
- [eiser] met zijn advocaat;
- [gedaagde] (via Microsoft Teams).
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen zijn gescheiden en er is een echtscheidingsbeschikking uit 2000 waarin kinderalimentatie is vastgesteld. Op verzoek van gedaagde is in 2012 executoriaal beslag gelegd op verschillende onroerende zaken van eiser.
Eiser vordert in kort geding dat de inschrijving van dit beslag waardeloos wordt verklaard omdat de alimentatievordering verjaard is. Gedaagde betwist dit, maar kan geen bewijs overleggen van stuitingshandelingen binnen de verjaringstermijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de verjaringstermijn van vijf jaar per maandelijkse alimentatiebetaling is verstreken, aangezien de kinderen meerderjarig zijn geworden en er geen stuiting is gebleken. Hierdoor is het beslag waardeloos geworden. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het executoriaal beslag op de onroerende zaken wordt waardeloos verklaard wegens verjaring van de alimentatievordering.