Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 augustus 2024 in de zaak tussen
Stichting Naarder Eng, gevestigd in Naarden, eiseres
Verder is partij bij de zaak:[vergunninghouder] , uit [woonplaats] , Zwitserland (hierna: vergunninghouder).
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- Cultuurhistorisch: de aanleg van de halfverharde toegangsweg leidt niet tot onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden. De toegangsweg loopt over de bodem van de voormalige zandwinningsput en via een bestaande toegang het terrein op. De nieuwe toegangsweg laat het oude toegangspad van de voormalige zanderij grotendeels intact. Door de aanleg verdwijnen dan ook geen tot weinig waarden;
- Landschappelijk: de nieuwe toegangsweg laat het oude toegangspad grotendeels intact en grijpt verder ook niet of nauwelijks in de landschapsstructuur in;
- Ecologisch: de realisatie van de halfverharde toegangsweg heeft geen negatief effect op de natuurwaarden van het plangebied. De helling blijft als bos functioneren, bijzondere soorten als vingerheimbloem blijven behouden omdat deze hoger op de helling groeien. Het grasland wordt voor een zeer klein gedeelte als weg gebruikt. Hierop staan zeer algemene soorten die voorkomen binnen het gehele graslandperceel en de omgeving. Soorten die gespecialiseerd zijn op deze plantensoorten kunnen hierom nog steeds van het grasland gebruik maken
natuurlijke waardenen
landschappelijke waardenuit de planregels van het bestemmingsplan. Meer specifiek voert de Naarder Eng aan dat ten onrechte niet is ingegaan op de aardkundige waarden van het gebied die tot de abiotische waarden horen en op het voorkomen van vleermuissoorten. De aanleg van de weg zal leiden tot aantasting van de niet in het [onderzoeksbureau] -rapport beschreven waarden. De Naarder Eng stelt dat de conclusies uit het [onderzoeksbureau] -rapport onvoldoende zijn onderbouwd en niet overeenkomen met andere bronnen. Bovendien vindt de Naarder Eng het principieel onjuist dat in het [onderzoeksbureau] -rapport een oordeel is gegeven over de vraag of de aanleg van de weg tot een onevenredige aantasting van het gebied leidt. Die beoordeling is volgens haar voorbehouden aan het college.
De rechtbank treft een voorlopige voorziening
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het besluit op bezwaar van 4 juli 2023 en het herstelbesluit van 5 april 2024 gegrond;
- vernietigt het besluit op bezwaar van 4 juli 2023 en het herstelbesluit van 5 april 2024;
- schorst de aanlegvergunning tot 6 weken na de datum waarop het college een nieuw besluit heeft genomen;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 365,- aan de Naarder Eng te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van de Naarder Eng tot een bedrag van € 1.750,-.