AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Benoeming bijzondere curator voor minderjarigen bij belangentegenstelling over vermogensbeheer
De zaak betreft de benoeming van een bijzondere curator voor twee minderjarige kinderen die sinds 2019 in een gezinshuis wonen en onder toezicht zijn gesteld. De moeder heeft het ouderlijk gezag, maar er bestaat een belangentegenstelling tussen haar en de minderjarigen over het beheer van hun vermogen. De minderjarigen willen een eigen bankrekening openen, onder meer om een salaris te kunnen ontvangen, maar dit verloopt moeizaam omdat de moeder onder bewind staat en communicatie met de bewindvoerder niet effectief is.
De kantonrechter baseert de beslissing op artikel 1:250 BWPro, dat het mogelijk maakt een bijzondere curator te benoemen wanneer belangen van ouders en minderjarigen botsen. De bijzondere curator krijgt de opdracht om te onderzoeken of het openen van een bankrekening mogelijk is en welke andere financiële zaken geregeld moeten worden, en de minderjarigen in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
Mevrouw mr. C. Lamphen wordt benoemd tot bijzondere curator vanwege haar deskundigheid en bereidheid. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen. De bijzondere curator zal ook de benodigde informatie verkrijgen en de belangen van de minderjarigen behartigen met het oog op hun toekomstig vermogen.
Uitkomst: De kantonrechter benoemt een bijzondere curator voor de minderjarigen om hun belangen te behartigen bij het beheer van hun vermogen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/578139 / FO RK 24-868
Benoeming bijzondere curator
Beschikking van 19 juli 2024
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,hierna: de GI,
gevestigd in Amsterdam,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2007 in [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige 2] .
In deze zaak is belanghebbende:
[de moeder], hierna: de moeder,
wonende in [woonplaats] .
1.De procedure
1.1.
De kantonrechter heeft het verzoek van de GI (met bijlagen) op 4 juli 2024 ontvangen.
1.2.
Uit de wet volgt dat bij eenvoudige verzoeken, waar geen verweer te verwachten valt, is een mondelinge behandeling niet vereist. [1] Uit het verzoek van de GI blijkt dat alle betrokkenen het eens zijn met het verzoek. Daarom heeft de kantonrechter besloten om de zaak schriftelijk af te doen.
2.Waar de procedure over gaat
2.1.
De moeder heeft het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen sinds 2019 in het gezinshuis in [gezinshuis] .
2.3.
In de beschikking van 2 juli 2018 zijn [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst op 10 juli 2024 tot 30 juni 2025.
2.4.
In de beschikking van 2 mei 2019 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] . De machtiging uithuisplaatsing is daarna steeds verlengd, voor het laatst op 10 juli 2024 tot 30 juni 2025.
3.De beoordeling
3.1.
De kantonrechter zal over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] een bijzondere curator benoemen om hen in en buiten rechte te vertegenwoordigen inzake hun vermogen zoals hierna bij de beslissing is beschreven. De kantonrechter legt hierna uit waarom zij zo beslist.
3.2.
Kort gezegd kan de kantonrechter op grond van artikel 1:250 BurgerlijkPro Wetboek (BW) een bijzondere curator benoemen wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van de minderjarigen de belangen van de met gezag belaste ouders in strijd zijn met die van de minderjarige, en zij die benoeming in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht. Daarbij neemt de rechter in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking.
3.3.
De kantonrechter neemt deze beslissing omdat er sprake is van een belangentegenstelling tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en hun moeder over het beheer van hun vermogen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] willen graag een eigen bankrekening openen. Zij zijn nu veertien en zestien jaar oud. [minderjarige 2] wil bijvoorbeeld graag een baantje zoeken en heeft daarvoor een bankrekening nodig om het salaris op gestort te krijgen. Een bankrekening moet geopend worden via de moeder, die onder bewind staat. De GI, de moeder en de gezinshuisouders hebben met de bewindvoerder gebeld en gemaild. Vaak wordt de telefoon niet beantwoord. De keren dat de telefoon wel beantwoord wordt, worden beloftes gemaakt die vervolgens niet worden nagekomen. De bijzondere curator kan deze kwestie onderzoeken en daartoe het nodige doen als wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dat zou ook het indienen van een verzoek handlichting kunnen zijn. Voorts acht de kantonrechter het van belang dat de bijzondere curator ook de overige aspecten voor de (toekomstig) financiële situatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onderzoekt en daartoe het nodige doet.
3.4.
De kantonrechter zal mevrouw mr. C. Lamphen tot bijzondere curator benoemen. De kantonrechter oordeelt haar kundig om een deskundig en onafhankelijk advies te kunnen uitbrengen. Zij heeft zich op 15 juli 2024 telefonisch bereid verklaard om tot bijzondere curator te worden benoemd.
3.5.
De bijzondere curator heeft de volgende opdracht:
onderzoeken of het mogelijk is om voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een eigen bankrekening te openen;
onderzoeken welke overige (financiële) zaken voor het (toekomstige) vermogen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geregeld moeten worden en daartoe het nodige te doen;
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] in en buiten rechte vertegenwoordigen. Daarbij kan de bijzondere curator indien dat nodig wordt geacht ook verzoeken namens hen indienen.
3.6.
De betrokkenen dienen hun medewerking te verlenen aan het verkrijgen van alle door de bijzondere curator relevant geachte informatie.
3.7.
De bijzondere curator zal optreden voor twee kinderen. De kantonrechter is – met het oog op de toepassing van de vergoedingsregeling inzake rechtsbijstand en de toevoegcriteria – van oordeel dat er sprake is, althans hoogstwaarschijnlijk zal zijn, van per kind uiteenlopende belangen.
3.8.
Om ervoor te zorgen dat de bijzondere curator zo goed mogelijk haar werk kan doen, zal de kantonrechter het verzoek van de GI van 4 juli 2024 met bijlagen aan de bijzondere curator sturen.
4.De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] :
mr. C. Lamphen, Stobbe & Lamphen Advocaten, kantoorhoudende in Utrecht;
4.2.
bepaalt dat de bijzondere curator:
onderzoekt of het mogelijk is om voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een eigen bankrekening te openen;
onderzoekt welke overige (financiële) zaken voor het (toekomstige) vermogen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geregeld moeten worden en daartoe het nodige te doen;
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het kader van deze onderwerpen in en buiten rechte kan vertegenwoordigen;
4.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Dit is de beslissing van mr E.A.A. van Kalveen, kantonrechter, in samenwerking de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2024.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
SC
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Voetnoten
1.Artikel 800 lid 1 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).