Eisers, bestaande uit twee natuurlijke personen en een rechtspersoon, verzetten zich in twee executiekortgedingen tegen de tenuitvoerlegging van twee authentieke geldlening- en hypotheekakten die zijn gecedeerd aan gedaagde. De leningen betreffen hypotheken op meerdere registergoederen in Rotterdam en Abcoude.
Eisers betoogden onder meer dat de executie onrechtmatig is omdat de vorderingen te hoog zouden zijn en dat zij onvoldoende gelegenheid hadden gehad om panden onderhands te verkopen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de leningsvoorwaarden, waaronder een rente van 10% per jaar, ook na de initiële looptijd van zes maanden blijven gelden en dat de cessieakte de voortzetting van deze voorwaarden bevestigt.
Verder is vastgesteld dat eisers voldoende tijd hebben gehad om panden onderhands te verkopen sinds het voorjaar van 2023, maar hier niet in zijn geslaagd. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat de executie niet geschorst wordt. Eisers worden in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.