ECLI:NL:RBMNE:2024:4881
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsovereenkomst tussen eiser en schoonmoeder voor WW-uitkering
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de vraag of eiser aanspraak kan maken op een werkloosheidsuitkering op grond van een arbeidsovereenkomst met zijn schoonmoeder. Eiser had een zorgovereenkomst gesloten met zijn schoonmoeder, die een persoonsgebonden budget ontving vanwege haar hulpbehoevendheid. Na beëindiging van deze zorgovereenkomst vroeg eiser een WW-uitkering aan, welke door het UWV werd afgewezen en in bezwaar werd gehandhaafd.
De rechtbank beoordeelde of sprake was van een arbeidsovereenkomst, waarbij arbeid, loon en gezagsverhouding centraal staan. Hoewel arbeid werd verricht en loon werd betaald, ontbrak volgens de rechtbank de noodzakelijke gezagsverhouding. Eiser stelde dat instructies en toezicht werden uitgeoefend door zijn schoonmoeder en haar zonen, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. Zijn eigen schriftelijke verklaring bij de uitkeringsaanvraag gaf juist aan dat geen toezicht of evaluatie plaatsvond.
De rechtbank hechtte meer waarde aan deze schriftelijke verklaring en verwierp de stellingen van eiser over een gezagsverhouding. Ook het argument dat de gewaarborgde hulp namens de schoonmoeder gezag zou uitoefenen werd niet gevolgd wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing. De conclusie is dat geen arbeidsovereenkomst bestond en het besluit van het UWV om de WW-uitkering te weigeren blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat geen arbeidsovereenkomst bestond en wijst het beroep van eiser af, waardoor het UWV-besluit tot weigering van de WW-uitkering in stand blijft.