ECLI:NL:RBMNE:2024:4899
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift WOZ-waarde niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een niet-woning voor het belastingjaar 2021, maar diende het bezwaarschrift ruim na de wettelijke termijn in. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, omdat geen geldige reden voor de vertraging werd gegeven.
Tijdens de zitting stelde de gemachtigde van eiseres dat hij het bezwaarschrift tijdig had ondertekend en verwees naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar kon geen concrete aanwijzingen geven dat het aanslagbiljet niet tijdig was verzonden. De rechtbank oordeelde dat de termijn van zes weken was verstreken en dat eiseres geen beroep deed op verschoonbaarheid.
Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de rechtbank rekening hield met een verlengde termijn van drie jaar vanwege de handelswijze van de gemachtigde die meerdere zaken tegelijk behandelt, waardoor de redelijke termijn niet werd overschreden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 13 augustus 2024.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de WOZ-waarde is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden, en het verzoek om immateriële schadevergoeding is afgewezen.