ECLI:NL:RBMNE:2024:4916

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 augustus 2024
Publicatiedatum
13 augustus 2024
Zaaknummer
UTR 23/1859
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Energietoeslag alsnog toegekend, beroep niet-ontvankelijk verklaard

Eiser heeft op 14 juni 2022 een energietoeslag aangevraagd die door het college op 4 oktober 2022 werd afgewezen. Na bezwaar werd dit besluit op 10 februari 2023 gehandhaafd. Eiser diende vervolgens een pro forma beroepschrift in, waarna de rechtbank om nadere beroepsgronden vroeg.

Op 15 juni 2023 keerde het college alsnog een eenmalige vergoeding van €1.800,- uit aan eiser. De rechtbank vroeg eiser vervolgens of hij akkoord ging met dit besluit, maar ontving geen reactie. Omdat het beroep ook betrekking heeft op dit nieuwe besluit en eiser geen procesbelang meer heeft, verklaart de rechtbank het beroep tegen beide besluiten kennelijk niet-ontvankelijk.

Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat er geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Wel wordt het betaalde griffierecht van €50,- aan eiser vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 7 augustus 2024.

Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en het betaalde griffierecht wordt aan eiser vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1859

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,het college,
(gemachtigde: E.H. Siemeling).

Inleiding en verloop van de procedure

1. Eiser heeft op 14 juni 2022 energietoeslag aangevraagd voor het jaar 2022. Met het besluit van 4 oktober 2022 heeft het college deze aanvraag afgewezen. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met het besluit van 10 februari 2023 heeft het college eisers bezwaar ongegrond verklaard.
1.1.
Op 22 maart 2023 heeft eisers gemachtigde, Algemeen bestuurslid van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb), een pro forma beroepschrift ingediend tegen het besluit van 10 februari 2023.
1.2.
Op 10 mei 2023 heeft de rechtbank eiser gevraagd om binnen vier weken de gronden van beroep mee te delen.
1.3.
Met het besluit van 15 juni 2023 heeft het college alsnog aan eiser een eenmalige vergoeding van € 1.800,- toegekend.
1.4.
Op 4 juli 2023 heeft de rechtbank eiser gevraagd om binnen twee weken te laten weten of hij het wel of niet eens is met dit besluit. Op 18 september 2023 heeft de rechtbank meegedeeld dat het beroep van rechtswege ook in gericht tegen het nieuwe besluit. De rechtbank heeft gevraagd om binnen vier weken beroepsgronden in te dienen. Hierop is geen reactie gekomen.
1.5.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

Het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 10 februari 2023
2. Het beroep van eiser heeft automatisch ook betrekking op de beslissing van het college van 15 juni 2023 om eiser alsnog de energietoeslag toe te kennen. Dat staat in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb. Het is niet gesteld en ook niet gebleken dat eiser nog procesbelang heeft bij de behandeling van zijn beroep tegen het besluit van 10 februari 2023. De rechtbank verklaart het beroep voor zover nog gericht tegen laatstgenoemd besluit dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.
Het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 15 juni 2023
3. Het college heeft met het besluit van 15 juni 2023 alsnog een eenmalige vergoeding van € 1.800,- toegekend. Gesteld noch gebleken is dat eiser procesbelang heeft bij de behandeling van zijn beroep gericht tegen dit besluit. De rechtbank verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit om alsnog energietoeslag toe te kennen daarom ook kennelijk nietontvankelijk.
De proceskostenveroordeling en het griffierecht.
4. De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af omdat geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank verwijst daarbij naar de uitspraak van deze rechtbank van 28 mei 2024 (ECLI:NL:RBMNE:2024:3892).
5. De rechtbank draagt het college op om het betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Het college heeft eiser immers nadat hij beroep had ingesteld alsnog een eenmalige vergoeding toegekend.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 10 februari 2023 nietontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 15 juni 2023 nietontvankelijk;
- wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af;
- draagt het college op om het betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden;
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.