ECLI:NL:RBMNE:2024:4917

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 juli 2024
Publicatiedatum
13 augustus 2024
Zaaknummer
UTR 23/2005
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Energietoeslag alsnog toegekend, beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard

Eiser heeft op 10 oktober 2022 een energietoeslag aangevraagd, welke aanvankelijk op 30 november 2022 werd afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. Na bezwaar werd dit besluit op 22 februari 2023 gehandhaafd. Eiser liet vervolgens op 4 april 2023 een pro forma beroepschrift indienen door de Landelijke Studentenvakbond (LSVb).

De rechtbank verzocht eiser om de gronden van het beroep te specificeren, waarna het college op 15 juni 2023 alsnog een eenmalige vergoeding van € 1.800,- toekende. De rechtbank vroeg daarop aan eiser of hij het beroep wilde handhaven, waarop geen reactie kwam. De rechtbank concludeerde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was.

De rechtbank oordeelde dat het beroep ook betrekking had op het besluit van 15 juni 2023, maar dat eiser geen procesbelang had bij behandeling van het beroep tegen beide besluiten. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Het verzoek om proceskostenveroordeling werd afgewezen omdat geen sprake was van beroepsmatige rechtsbijstand. Wel werd het college opgedragen het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep tegen zowel het oorspronkelijke besluit als het latere besluit tot toekenning van de energietoeslag is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2005

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,het college,
(gemachtigde: mr. E.Chahid).

Inleiding en verloop van de procedure

1. Eiser heeft op 10 oktober 2022 energietoeslag aangevraagd voor het jaar 2022. Met het besluit van 30 november 2022 heeft het college deze aanvraag afgewezen. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met het besluit van 22 februari 2023 heeft het college eisers bezwaar ongegrond verklaard.
1.1.
Op 4 april 2023 heeft [gemachtigde] , Algemeen bestuurslid van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb), een pro forma beroepschrift ingediend tegen het besluit van 22 februari 2023. Bij het beroep is een machtiging gevoegd waarbij eiser de LSVb machtigt om namens hem beroep in te stellen, zulks met de macht van indeplaatsstelling.
1.2.
Op 15 mei 2023 heeft de rechtbank eiser gevraagd om binnen vier weken de gronden van beroep mee te delen.
1.3.
Met het besluit van 15 juni 2023 heeft het college alsnog aan eiser een eenmalige vergoeding van € 1.800,- toegekend.
1.4.
Op 6 juli 2023 heeft de rechtbank eiser gevraagd om binnen twee weken te laten weten of hij het wel of niet eens is met dit besluit. Hierop is geen reactie gekomen zodat de rechtbank er vanuit gaat dat eiser zijn beroep wil handhaven.
1.5.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

Het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 22 februari 2023
2. Het beroep van eiser heeft automatisch ook betrekking op de beslissing 15 juni 2023 van het college om eiser alsnog de energietoeslag toe te kennen. Dat staat in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb. Het is niet gesteld en ook niet gebleken dat eiser nog procesbelang heeft bij de behandeling van zijn beroep tegen het oorspronkelijke besluit van 22 februari 2023. De rechtbank verklaart het beroep voor zover nog gericht tegen laatstgenoemd besluit dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.
Het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 15 juni 2023
3. Het college heeft met het besluit van 15 juni 2023 alsnog een eenmalige vergoeding van € 1.800,- toegekend. Gesteld noch gebleken is dat eiser procesbelang heeft bij de behandeling van zijn beroep gericht tegen dit besluit. De rechtbank verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit om alsnog energietoeslag toe te kennen daarom ook kennelijk nietontvankelijk.
De proceskostenveroordeling en het griffierecht.
4. De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af omdat geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank verwijst daarbij naar de uitspraak van deze rechtbank van 28 mei 2024 (ECLI:NL:RBMNE:2024:3892).
5. De rechtbank draagt het college op om het betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Het college heeft eiser immers nadat hij beroep had ingesteld alsnog een eenmalige vergoeding toegekend.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 22 februari 2023 nietontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 15 juni 2023 nietontvankelijk;
- wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af;
- draagt het college op om het betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden;
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.