ECLI:NL:RBMNE:2024:4929
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na tegemoetkoming UWV in beroep arbeidsongeschiktheid
Verzoekster ontvangt sinds augustus 2021 een WIA-uitkering vanwege 68,27% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2022 besloot het UWV haar arbeidsongeschiktheid te verlagen naar 35,2%, wat leidde tot een aanpassing van haar vervolguitkering. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd door het UWV ongegrond verklaard. Vervolgens stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank. Tijdens de procedure heeft het UWV haar standpunt gewijzigd en het bezwaar alsnog gegrond verklaard, waarbij verzoekster per 12 september 2021 als 80-100% arbeidsongeschikt werd aangemerkt. Hierdoor werd de verlaging van haar uitkering uitgesteld tot december 2024. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster haar beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling. De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen en wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van €2.998,- aan proceskosten en het griffierecht van €50,-.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €2.998,- aan proceskosten en het griffierecht van €50,- aan verzoekster.