Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
,verweerder
[derde-partij] ,uit [woonplaats] (vergunninghoudster).
Rechtbank Midden-Nederland
Vergunninghoudster heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een vrijstaande woning op een perceel in Zeist, waarvoor het college een vergunning verleende ondanks strijd met het bestemmingsplan. Eiser, bewoner van het aangrenzende perceel, stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat het college de uitgebreide voorbereidingsprocedure volgens de Wabo correct heeft gevolgd en dat eiser tijdig de mogelijkheid had om zienswijzen in te dienen. De ruimtelijke onderbouwing en welstandsadviezen ondersteunen dat het bouwplan past binnen een goede ruimtelijke ordening en stedenbouwkundige structuur van de omgeving.
Eiser voerde aan dat het bouwplan niet aansluit bij de woonvisie en dat er geen ecologisch onderzoek is gedaan. De rechtbank volgt het college dat de oudere woonvisie van toepassing is en dat geen nieuw ecologisch onderzoek noodzakelijk is, mede gelet op het terrein dat bouwrijp is gemaakt en het locatiebezoek van een ecoloog.
De rechtbank concludeert dat het college de belangen zorgvuldig heeft afgewogen en dat het besluit niet in strijd is met het recht. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.