ECLI:NL:RBMNE:2024:4961

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 augustus 2024
Publicatiedatum
14 augustus 2024
Zaaknummer
570916
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:127 BWArt. 6:119 BWArt. 30p RvArt. 36 lid 1 MR 1973Art. 37 lid 5 MR 1973
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring besluit VvE over uitwerking verduurzamingsplan wegens onvoldoende meerderheid

In deze civiele procedure vordert een lid van de VvE de nietigverklaring van een besluit genomen tijdens een ledenvergadering op 7 november 2023. Het besluit betrof het uitwerken van een verduurzamingsplan voor scenario 1 door Centraal Beheer, waarbij de kosten door de VvE gedragen zouden worden.

De kern van het geschil is of het besluit rechtsgeldig is genomen. Volgens het Modelreglement 1973 (MR 1973) is voor dergelijke besluiten een gekwalificeerde meerderheid vereist indien het gaat om uitgaven boven een bepaalde drempel. De rechtbank oordeelt dat deze drempel van 1% van de verzekerde som niet is bereikt, zodat het besluit met een gewone meerderheid had moeten worden genomen.

Uit de notulen blijkt dat slechts 40 van de 83 stemmen vóór het besluit zijn uitgebracht, hetgeen onvoldoende is voor een gewone meerderheid. Daarom verklaart de rechtbank het besluit nietig wegens strijd met artikel 5:127 BW Pro en het MR 1973.

De VvE wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.726,00, vermeerderd met wettelijke rente en nakosten indien niet tijdig voldaan. De uitspraak is mondeling gedaan op 14 augustus 2024 door rechter J.R. Hurenkamp.

Uitkomst: Het besluit van de VvE over het verduurzamingsplan is nietig verklaard wegens onvoldoende meerderheid.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/570916 / HA ZA 24-100
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 14 augustus 2024
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. P.M. Jongeling,
tegen
VVE [.] [straat] TE [plaats],
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de VvE,
advocaten: mr. M.J. Goedhart en mr. A.M. Bezuijen.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Utrecht.
De zaak wordt behandeld door mr. J.R. Hurenkamp, rechter, en mr. L.H. Tolenaars, griffier.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van deze procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 4;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 4.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 14 augustus 2024 plaatsgevonden. Partijen zijn met hun advocaten verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken.
1.3.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan met toepassing van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

2.De beslissing

De rechtbank
2.1.
verklaart nietig het besluit van de VvE van 7 november 2023 dat ziet op het uitwerken van het verduurzamingsplan voor scenario 1 en de kosten daarvan;
2.2.
veroordeelt de VvE in de proceskosten van € 1.726,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als de VvE niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
2.3.
veroordeelt de VvE in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan.
2.4.
verklaart dit vonnis voor de veroordeling in 2.2 en 2.3 uitvoerbaar bij voorraad.

3.De gronden van de beslissing

Waar gaat deze zaak over?
3.1.
[eiser] is lid van de VvE als appartementseigenaar.
3.2.
Op 7 november 2023 is tijdens een ledenvergadering van de VvE besloten dat Centraal Beheer opdracht krijgt om een verduurzamingsplan (voor scenario 1) uit te werken op kosten van de VvE. De notulen vermelden over dit besluit:
“4.2 Scenariokeuze verduurzaming
De vergadering wordt gevraagd om een keuze te maken uit een van de 3 scenario's uit het startplan. Daarbij stemt de vergadering in met de kosten die door Centraal Beheer in rekening gebracht worden voor het uitwerken van het detailplan.
Bij de eerste stemming met hand opsteken, blijkt niet iedereen gestemd te hebben. Er wordt aangegeven dat het niet duidelijk was dat leden die tegen verduurzaming hadden gestemd, nu wel voor een van de scenario’s dienden te kiezen.
Er wordt schriftelijk gestemd door middel van stembriefjes op naam.
Inclusief de stembriefjes van de volmachten is de uitslag als volgt:
• Scenario 1: 37 stemmen
• Scenario 2:20 stemmen
• Scenario 3:17 stemmen
• Blanco: 6 stemmen
• Mee met de meerderheid: 3 stemmen
De 3 meerderheidsstemmen worden opgeteld bij de meerderheid, scenario 1, dus met 40 stemmen besluit de vergadering tot het uitwerken van een detailplan voor scenario 1.”
3.3.
Het geschil tussen partijen ziet op de vraag of dit besluit nietig is, omdat het niet volgens het vereiste aanwezigheidsquorum en met het juiste aantal stemmen is genomen. Volgens [eiser] had het besluit op grond van het Modelreglement 1973 (hierna: MR 1973) met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen van ten minste drie/vierde moeten worden genomen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van het aantal stemmen tegenwoordig of vertegenwoordigd is. De VvE bestrijdt dat het besluit nietig is. Volgens de VvE is er geen aanwezigheidsquorum of gekwalificeerde meerderheid van stemmen voor het besluit vereist.
Wat vindt de rechtbank?
3.4.
De kern van het geschil is of het besluit dat Centraal Beheer opdracht krijgt om een verduurzamingsplan (voor scenario 1) uit te werken op kosten van de VvE nietig is. De rechtbank is van oordeel dat dat het geval is.
3.5.
De vraag die voorligt is of er een aanwezigheidsquorum en gekwalificeerde meerderheid van stemmen zoals bedoeld in artikel 37 lid 5 MR Pro 1973 vereist is voor het genomen besluit. De rechtbank oordeelt van niet. In de systematiek van het MR 1973 ligt besloten dat de hoofdregel is dat besluiten met een gewone meerderheid van stemmen (meer dan de helft) kunnen worden genomen (artikel 36 lid 1 MR Pro 1973). Het nemen van besluiten met een verzwaard aanwezigheidsquorum en gekwalificeerde meerderheid van stemmen is de uitzondering. Deze uitzondering geldt bij besluiten tot het doen van uitgaven groter dan 1% van de verzekerde som van de opstallen tegen brand en andere onheilen (artikel 37 lid 5 MR Pro 1973). Deze uitzondering is niet van toepassing op het besluit dat is genomen. Het in stemming gebrachte voorstel ziet namelijk op een uitgave van € 33.456,00 (inclusief BTW) aan Centraal Beheer. De genoemde drempel van 1% wordt pas behaald bij een uitgave van meer dan € 290.167,00, zoals blijkt uit de verzekeringspolis van de opstallen. Pas als een (vervolg)voorstel in stemming wordt gebracht boven deze drempel van € 290.167,00, bijvoorbeeld voor de concrete uitvoeringsmaatregelen van de verduurzaming op basis van het beoogde plan, geldt dit verzwaarde quorum- en stemvereiste. Dat is nog niet aan de orde.
3.6.
Niettemin constateert de rechtbank dat een gewone meerderheid van stemmen (meer dan de helft) in dit geval niet is behaald bij de stemming voor het besluit door de VvE. Er is namelijk door 40 van de 83 stemmen vóór het besluit gestemd, zoals duidelijk blijkt uit de notulen. Dat is volgens de hoofdregel die voor dit besluit geldt onvoldoende om het besluit aan te nemen. De rechtbank zal het besluit van de VVE van 7 november 2023 dus nietig verklaren, omdat het in strijd met de voorschriften in artikel 5:127 BW Pro en MR 1973 is genomen.
Proceskosten
3.7.
De VvE is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
320,00
- salaris advocaat
1.228,00
(2,00 punten × € 614,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.726,00
3.8.
De gevorderde nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals in het dictum wordt vermeld.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. J.R. Hurenkamp, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L.H. Tolenaars, griffier, op 14 augustus 2024, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op