Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties,
2.De kern van de zaak
3.De achtergrond van het geschil
4.De beoordeling
178,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft meerdere geldleningsovereenkomsten gesloten met RNHB voor de financiering van onroerende zaken. RNHB zegde deze overeenkomsten op naar aanleiding van een periodiek klantenonderzoek, mede vanwege de relatie van eiser met een persoon die wordt verdacht van witwassen en de betrokkenheid van eiser bij ABC(D)-transacties.
De rechtbank beoordeelde dat de handel van eiser met de verdachte persoon op zichzelf geen reden vormt voor opzegging, aangezien eiser niet zelf verdachte is en slechts één onroerend goed betreft. Ook achtte de rechtbank de ABC(D)-transacties niet risicovol of opvallend, mede omdat RNHB eerder deze transacties had goedgekeurd en onvoldoende heeft onderbouwd waarom dit nu reden tot opzegging zou zijn.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat twijfels over het startkapitaal van eiser en het vermeende niet kunnen afronden van het klantenonderzoek onvoldoende zijn onderbouwd. De contractuele opzeggingsgrond uit de algemene voorwaarden is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
De rechtbank verklaarde de opzegging niet rechtsgeldig, veroordeelde RNHB tot voortzetting van de geldleningsovereenkomsten en tot betaling van de proceskosten aan eiser. RNHB behoudt echter het recht om bij nieuwe feiten of omstandigheden opnieuw op te zeggen.
Uitkomst: RNHB mocht de geldleningsovereenkomsten niet opzeggen en is veroordeeld tot voortzetting en betaling van proceskosten.