ECLI:NL:RBMNE:2024:4981
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering teveel ontvangen huurtoeslag over 2020 en 2022
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of de huurtoeslag over de jaren 2020 en 2022 juist is vastgesteld en of eiser de teveel ontvangen voorschotten moet terugbetalen.
Dienst Toeslagen stelde vast dat eiser recht had op een lagere huurtoeslag dan de voorschotten die hij had ontvangen, waardoor hij respectievelijk € 2.127,- en € 1.079,- moet terugbetalen. Eiser betwistte deze vaststelling en stelde dat Dienst Toeslagen fouten maakte in de berekening en dat het besluit over 2020 pas na drie jaar werd genomen.
De rechtbank oordeelde dat de berekening van Dienst Toeslagen juist was, waarbij alle relevante inkomens van eiser, zijn partner en medebewoners (meerderjarige kinderen die in de woning verbleven) waren meegenomen. De latere definitieve vaststelling van de toeslag was tijdig, omdat Dienst Toeslagen pas in april 2023 de benodigde inkomensgegevens ontving. Eiser maakte onvoldoende aannemelijk welke fouten er zouden zijn gemaakt en stelde ook geen bijzondere omstandigheden die terugvordering zouden kunnen beperken.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde dat Dienst Toeslagen de teveel ontvangen huurtoeslag mag terugvorderen. Eiser krijgt het betaalde griffierecht niet terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van teveel ontvangen huurtoeslag over 2020 en 2022.