ECLI:NL:RBMNE:2024:5051
Rechtbank Midden-Nederland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen faillietverklaring afgewezen wegens vermoedelijk ponzi-schema
Op 2 juli 2024 werd de besloten vennootschap [opposant] B.V. failliet verklaard na een verzoek van [geopposeerden]. [Opposant] ging tijdig in verzet tegen deze faillietverklaring. Tijdens de zitting op 14 augustus 2024 werden partijen gehoord, waaronder de bestuurder van [opposant], advocaten, en de curator.
De rechtbank stelde vast dat [opposant] aanzienlijke schulden had aan [geopposeerden], die niet werden betwist, en dat er sterke aanwijzingen waren voor een ponzi-schema. Ondanks een betalingsregeling van €14.000 en toezeggingen over toekomstige inkomsten, kon [opposant] haar schulden niet voldoen, waaronder een opeisbare vordering van de Belastingdienst van €300.000.
De curator gaf geen advies over de faillissementstoestand vanwege kostenbeperkingen, maar de rechtbank concludeerde op basis van beschikbare gegevens dat [opposant] in staat van faillissement verkeerde. Het belang van gezamenlijke schuldeisers om het faillissement te handhaven woog zwaarder dan het belang van [geopposeerden] om betalingen te ontvangen uit vermoedelijk frauduleuze bronnen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en het verzoek tot vernietiging van het faillissement afgewezen.
Uitkomst: Het verzet tegen de faillietverklaring wordt ongegrond verklaard en het faillissement blijft gehandhaafd.