Uitspraak
1.De procedure
- de brief van [gedaagde] van 17 april 2024 (de conclusie van antwoord);
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure vorderde Infomedics betaling van een openstaande tandartsfactuur van €414,71, welke door cessie op haar was overgegaan. Gedaagde stelde opschorting in omdat de aangemeten gebitsprothese niet goed paste. Later vroeg Infomedics om doorhaling van de procedure, waartegen gedaagde bezwaar maakte en een tegenvordering instelde.
De kantonrechter stelde vast dat Infomedics haar vordering niet langer handhaaft, waardoor op de hoofdvordering niet meer hoeft te worden beslist. Ten overvloede oordeelde de rechter dat gedaagde terecht opschorting toepaste wegens niet-behoorlijke nakoming door Infomedics, aangezien de prothese niet paste en de factuur alleen betrekking had op de zorg voor die prothese.
De kantonrechter veroordeelde Infomedics in de proceskosten omdat zij in het ongelijk stond door het niet-handhaven van haar vordering. Gedaagde werd niet-ontvankelijk verklaard in haar tegenvordering tot immateriële schadevergoeding, omdat deze niet tijdig was ingesteld. Ook werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van de reconventie.
Uitkomst: De procedure wordt doorgehaald wegens niet-handhaving vordering; eiser wordt veroordeeld in proceskosten en gedaagde niet-ontvankelijk verklaard in tegenvordering.