Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
als uithuisgeplaatste handelen in strijd met een met toepassing van artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod, gegeven huisverbod;
telkens mishandeling, terwijl het misdrijf wordt begaan tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
mishandeling;
telkens opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- zich niet ophoudt in de gemeente [woonplaats] ;
- zich onthoudt van contact met [slachtoffer 1] .
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 57, 285, 300, 304 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2 en 11 van de Wet tijdelijk huisverbod;
10.BESLISSING
gevangenisstraf van 210 dagen;
124 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- legt aan verdachte op de
- beveelt dat verdachte
- zich niet ophoudt in de gemeente [woonplaats] ;
- zich onthoudt van contact met [slachtoffer 1] , geboren op [1964] ;
dadelijk uitvoerbaaris;