Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
€ 67,50(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Midden-Nederland
De kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland behandelde op 24 april 2024 een civiele zaak waarin de eiseres, een besloten vennootschap, een vordering instelde tegen een gedaagde die niet was verschenen. De rechter stelde ambtshalve vast dat de gedaagde niet als consument handelde bij het sluiten van de overeenkomst, waardoor consumentenbescherming niet van toepassing was.
De vordering werd bij verstek toegewezen, met uitzondering van de gevorderde rente over reeds verschenen rente, omdat niet was gesteld dat deze over een vol jaar verschuldigd was. Daarnaast werden de gevorderde informatiekosten gedeeltelijk afgewezen omdat deze niet overeenkwamen met de landelijk gehanteerde tarieven.
De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het hoofdbedrag, de proceskosten en de wettelijke rente over het verschuldigde bedrag vanaf 30 januari 2024. Tevens werd de eisende partij geadviseerd in toekomstige procedures alle benodigde informatie reeds bij dagvaarding in te brengen om afwijzing te voorkomen.
Uitkomst: Vordering grotendeels toegewezen tegen niet-verschijnende gedaagde met betaling van €795,75 plus rente en proceskosten.