De rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 juli 2024 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds 1 augustus 2023 in een gezinshuis in Spanje verblijft. De gecertificeerde instelling SAVE verzocht om verlenging van beide maatregelen voor de duur van een jaar. De moeder stemde in met verlenging van de ondertoezichtstelling onder de voorwaarde dat de uitvoerende gecertificeerde instelling wordt vervangen door het Leger des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (LdHJJ), maar was tegen verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en wenste dat de minderjarige weer thuis zou wonen.
De kinderrechter stelde vast dat aan de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling was voldaan en dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de minderjarige. Er is in het afgelopen jaar gewerkt aan het normaliseren van het gezinsleven binnen het gezinshuis en aan de relatie tussen de minderjarige en de gezinshuisouders. De Raad voor de Kinderbescherming concludeerde dat een gezagsbeëindigende maatregel momenteel te ingrijpend is vanwege onzekerheid over de toekomstige woonplaats van de minderjarige.
De kinderrechter stelde voorwaarden voor het onderzoeken van een mogelijke thuisplaatsing, waaronder het starten van traumabehandeling voor de minderjarige en systeemtherapie met de moeder. De moeder moet haar aandeel in de situatie erkennen en openstaan voor hulpverlening. Hoewel de moeder graag wil dat de minderjarige thuis woont, werkt zij niet voldoende mee aan de noodzakelijke stappen, zoals het bijwonen van systeemgesprekken en bezoeken aan de minderjarige in Spanje.
De kinderrechter hoopt dat de vervanging van de gecertificeerde instelling door LdHJJ leidt tot betere samenwerking met de moeder, maar benadrukt dat de moeder zich actief moet inzetten voor de benodigde hulpverlening. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing biedt ruimte om de mogelijkheden voor thuisplaatsing te onderzoeken en de benodigde hulpverlening te organiseren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.