Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
- rente tot en met 31 december 2024
€
8,00
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, het CAK, heeft de eigen bijdrage voor zorg vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van gedaagde vastgesteld en geïnd voor de periode april 2021 tot en met februari 2022, totaal €209,00. Gedaagde betwistte de vordering met het argument geen zorg te hebben ontvangen, maar heeft dit niet onderbouwd en is niet verschenen bij de mondelinge behandeling.
De kantonrechter oordeelt dat de beschikking van 27 mei 2021 waarin de eigen bijdrage is vastgesteld, geacht wordt juist te zijn omdat gedaagde geen bezwaar heeft gemaakt binnen de wettelijke termijn. Het verweer dat geen zorg is ontvangen wordt daarom verworpen. Het niet verschijnen bij de mondelinge behandeling wordt als onvoldoende reden gezien en belemmert de rechter in het verkrijgen van nadere informatie.
De kantonrechter wijst de hoofdsom van €209,00 toe, inclusief wettelijke rente tot 31 december 2022 en buitengerechtelijke incassokosten van €48,40, welke redelijk zijn bevonden. Tevens worden de proceskosten van €472,39 aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige eigen bijdrage, rente, incassokosten en proceskosten.