Stichting Bartiméus Sonneheerdt diende op 14 februari 2024 beroep in tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vanwege het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 14 april 2023 om herbeoordeling in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
Op 5 april 2024 nam het UWV alsnog een besluit op de aanvraag, waarna verzoekster haar beroep introk en een vergoeding voor proceskosten vorderde. De rechtbank oordeelde dat het beroep zonder zitting kon worden behandeld omdat voldoende informatie beschikbaar was.
De rechtbank stelde vast dat volgens de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) proceskosten vergoed kunnen worden wanneer het bestuursorgaan aan de indiener tegemoetkomt. Verweerder stemde in met betaling van de proceskosten.
De proceskosten werden vastgesteld op €218,75, gebaseerd op een puntentelling met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte aard van het geschil. Daarnaast is verweerder verplicht het griffierecht van €371,- rechtstreeks aan verzoekster te vergoeden. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten.