ECLI:NL:RBMNE:2024:534
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing en verkorting schuldsaneringsregeling na overlijden partner
Verzoekster heeft een verzoekschrift ingediend voor toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid 1 Faillissementswet Pro. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 26 januari 2024, waarbij verzoekster is gehoord. De rechtbank constateert dat het verzoek voldoet aan de wettelijke eisen en dat er geen gronden zijn voor afwijzing.
Verzoekster heeft gedurende 10 maanden gespaard op een rekening van de bewindvoerder. Door het bereiken van de AOW-leeftijd is er geen uitzicht op hogere inkomsten en geen sollicitatieplicht meer. Recent is de partner van verzoekster overleden, waarbij de uitvaartkosten kunnen worden voldaan uit het gespaarde bedrag.
De rechtbank oordeelt dat de uitvaartkosten materieel zijn ontstaan vóór de toelating tot de schuldsaneringsregeling en noodzakelijk waren. Deze kosten vallen onder de werking van de regeling en kunnen niet uit het gespaarde bedrag worden betaald, maar moeten als vordering worden ingediend. Het volledige gespaarde bedrag moet beschikbaar blijven voor de gezamenlijke schuldeisers, waardoor de looptijd van de regeling wordt vastgesteld op 10 maanden in overeenstemming met artikel 295 lid 3 Faillissementswet Pro.
Uitkomst: De rechtbank wijst de schuldsaneringsregeling toe met een looptijd van 10 maanden, waarbij uitvaartkosten als vordering onder de regeling vallen.