ECLI:NL:RBMNE:2024:5341

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
9 september 2024
Zaaknummer
UTR 24/4485
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.4 WooArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep wegens niet tijdig beslissen op Woo-verzoek over slachthuis

Eiseres diende op 8 januari 2024 een verzoek in op grond van de Wet open overheid (Woo) bij de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De minister had volgens de wet binnen vier weken moeten beslissen, met een mogelijke verlenging van twee weken. De minister stelde de beslistermijn eenmaal uit tot uiterlijk 19 februari 2024, maar heeft daarna niet tijdig een besluit genomen.

Eiseres stelde de minister op 20 februari 2024 in gebreke en diende op 22 juni 2024 beroep in bij de rechtbank wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat het beroep kennelijk gegrond is. De minister heeft op 22 mei 2024 een eerste deelbesluit genomen, maar het tweede deelbesluit ontbreekt nog.

De rechtbank beveelt de minister binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Tevens moet de minister het griffierecht van €187 aan eiseres vergoeden. Er zijn geen proceskosten toegekend aan eiseres.

Uitkomst: De rechtbank beveelt de minister binnen twee weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4485

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , eiseres

en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur(voorheen: de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 22 juni 2024 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) over een slachthuis.
Op 15 juli 2024 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op haar aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiseres heeft haar verzoek ingediend op 8 januari 2024. Verweerder moet binnen vier weken beslissen op het verzoek. Dat staat in artikel 4.4, eerste lid, van de Woo.
Op 2 februari 2024 heeft verweerder de beslistermijn verdaagd met twee weken op grond van artikel 4.4, tweede lid, van de Woo. Verweerder had dus uiterlijk op 19 februari 2024 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat deze beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder op 20 februari 2024 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken. Eiseres heeft op 22 juni 2024 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek.
4. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. De standaardtermijn waarbinnen verweerder alsnog op het verzoek moet beslissen bedraagt in beginsel twee weken na deze uitspraak (artikel 8:55d, eerste lid, Awb). Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, derde lid, Awb).
5. Verweerder heeft het eerste deelbesluit op 22 mei 2024 genomen en aan eiseres bekendgemaakt. In het verweerschrift geeft verweerder aan dat hij een nadere beslistermijn van twee weken realistisch acht om het tweede deelbesluit te nemen. De rechtbank stelt de beslistermijn hierom vast op twee weken na verzending van deze uitspraak.
6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
7. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
8. Er zijn door eiseres geen proceskosten gemaakt die vergoed moeten worden.
9. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van € 187,- aan eiseres betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- dat eiseres heeft betaald moet betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2024
griffier rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.