Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] )in [plaats 2] . Op 9 augustus 2023 zijn ik en mijn vrouw op vakantie gegaan. Toen ik op vakantie ben gegaan, ben ik er honderd procent zeker van dat alle gestolen goederen nog aanwezig waren in mijn woning. Mijn dochter [C (voornaam)] heeft een relatie met [verdachte] . Ik ben erachter gekomen door mijn buurman dat [verdachte (voornaam)] hier tijdens onze vakantie in de woning verbleef samen met [C (voornaam)] .
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3] )voorzien van rekeningnummer [rekeningnummer 1] . Ik hoorde de medewerker mij vertellen dat zij deze transactie op tijd konden tegenhouden en dat er geen geld was opgenomen. Ik hoorde de medewerker mij vertellen dat geprobeerd was bij een geldmaat te [plaats 1] , om het geld op te nemen. De bankpas lag in een kluis in mijn woning. [2]
- [slachtoffer 1] , geboren op [1971] (aangever)
- [slachtoffer 2] , geboren op [1977] (aangever)
de rechtbank begrijpt: [B] )in de woning van de ouders van [C (voornaam)] ?
de rechtbank begrijpt: [B] ).
(de rechtbank begrijpt: in [plaats 3] ). Tegengesteld zag ik een brommer zonder verlichting mijn kant op rijden. Ik zag dat er twee personen op de brommer zaten en dat de bijrijder geen helm op had.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
een taakstraf van 240 uren;
bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;
een gevangenisstraf van 3 maanden;
de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden
algemene en bijzondere voorwaardenniet heeft nageleefd;
algemene voorwaardegeldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte gedurende de proeftijd:
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 24.119,62;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 augustus 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 24.119,62 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 augustus 2023 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 155 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.