ECLI:NL:RBMNE:2024:5426

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 juni 2024
Publicatiedatum
16 september 2024
Zaaknummer
UTR 24/1691
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken rechtsgeldige ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen toeslagherbeoordeling

Eiseres heeft op 8 maart 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Belastingdienst op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 25 april 2022. Zij stelde dat zij de Belastingdienst op 9 februari 2024 in gebreke had gesteld wegens het uitblijven van een besluit.

Verweerder voerde aan dat geen ingebrekestelling was ontvangen, waardoor het beroep niet-ontvankelijk zou zijn. De rechtbank heeft eiseres in de gelegenheid gesteld dit te onderbouwen, maar zij kon geen verzendbewijs overleggen en maakte niet aannemelijk dat de ingebrekestelling daadwerkelijk was verzonden.

Daarom concludeert de rechtbank dat geen rechtsgeldige ingebrekestelling heeft plaatsgevonden, wat een vereiste is voor ontvankelijkheid van het beroep. Gevolg is dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard en de rechtbank inhoudelijk niet kan oordelen over het niet tijdig beslissen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldige ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1691

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] (Curaçao), eiseres,

(gemachtigde: mr. K.H. Zonneveld),
en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 25 april 2022 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
Op 22 maart 2024 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [2] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
3. Eiseres heeft op 8 maart 2024 beroep ingesteld bij deze rechtbank. Eiseres stelt dat zij verweerder op 9 februari 2024 in gebreke heeft gesteld wegens het niet-tijdig nemen van een besluit op het verzoek om herbeoordeling.
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres niet ontvankelijk is in haar beroep omdat hij geen ingebrekestelling heeft ontvangen.
5. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 27 mei 2024 in de gelegenheid gesteld om te reageren op het standpunt van verweerder. Eiseres reageerde bij brief van 11 juni 2024 dat zij geen verzendbewijs kan overleggen. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat de ingebrekestelling daadwerkelijk is verzonden. De rechtbank stelt daarom vast dat er geen sprake is van een (rechtsgeldige) ingebrekestelling. Eiseres heeft immers niet aannemelijk gemaakt dat de ingebrekestelling daadwerkelijk is verzonden.
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2024.
De griffier is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.