Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,
Inleiding
Op 31 mei 2024 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Belastingdienst op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Zij stelde dat zij de Belastingdienst op 27 maart 2024 in gebreke had gesteld, waarna zij op 30 april 2024 beroep indiende bij de rechtbank.
De Belastingdienst voerde aan dat zij geen ingebrekestelling had ontvangen, waardoor het beroep niet ontvankelijk zou zijn. De rechtbank gaf eiseres de gelegenheid om bewijs van de ingebrekestelling te leveren. Hoewel eiseres een kopie overhandigde, maakte zij niet aannemelijk dat deze daadwerkelijk was verzonden.
De rechtbank concludeerde dat de vereiste rechtsgeldige ingebrekestelling ontbrak en verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Hierdoor kon de rechtbank niet inhoudelijk op het beroep ingaan. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldige ingebrekestelling.