Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1. Stichting De Faunabescherming, gevestigd in Amstelveen, verzoekster
2.Stichting Animal Rights, gevestigd in Den Haag, verzoekster(gemachtigde: mr. C.M. van de Ven)
de provincie Utrecht(vergunninghouder).
hierna: de omgevingsvergunning). Dit besluit luidt letterlijk als volgt:
We hebben besloten, gelet op het bepaalde in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl);
- Een omgevingsvergunning te verlenen van de verbodsbepalingen die genoemd zijn in het artikel 11.46 van het Bal, voor zover dit betreft het opzettelijk vangen en verstoren van een specifiek individu van de soort wolf (Canis lupus), in dit geval de wolf met kenmerk GW3237m voor de periode: vanaf de bekendmaking van dit besluit tot 10 juli 2025;
- Een omgevingsvergunning te verlenen van de verbodsbepaling genoemd in artikel 11.47, van het Bal voor zover dit betreft het anders dan voor verkoop vervoeren en onder zich hebben van een specifiek individu van de soort wolf voor de periode: vanaf de bekendmaking van dit besluit tot 1 januari 2025;
- Een omgevingsvergunning te verlenen van de verbodsbepalingen die genoemd zijn in artikel 11.48, van het Bal voor zover dit betreft het gebruik van middelen voor het vangen middels het gebruik van niet-selectieve middelen van de soort wolf voor de periode: vanaf de bekendmaking van dit besluit tot 1 januari 2025.
- Af te wijken van de verbodsbepaling in artikel 11.72, van het Bal voor zover dit betreft het zich buiten gebouwen te bevinden met klemmen voor de periode: vanaf de bekendmaking van dit besluit tot 1 januari 2025.
- Als toegestane middelen aan te wijzen soft catch leghold traps (pootklemmen met rubberen ‘pads’), het gebruik van een verdovingsgeweer van het type DAN-Inject (JM Standard) met Pneudart injectie pijlen als munitie en een paintballgeweer van het type FN-303 met krijtprojectielen als munitie.
zaken zijn de volgende genoemde redenen relevant.
1° in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna (..);
(..)
3° in het belang van (..) de openbare veiligheid (..)
“Aan deze omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet hebben we voorschriften verbonden (bijlage 1). Deze voorschriften maken – net als de andere bijlagen – integraal deel uit van deze omgevingsvergunning.”Op de eerste pagina van de omgevingsvergunning is vermeld dat het Plan van aanpak als bijlage 4 bij de omgevingsvergunning is gevoegd.
Op de eerste plaats vindt de voorzieningenrechter dat het college aan de hand van de meldingen in het Plan van aanpak en de omgevingsvergunning onvoldoende inzicht geeft in het gedrag van de wolf. Het bevreemdt de voorzieningenrechter dat het Plan van aanpak niet een overzicht bevat van álle meldingen die herleidbaar zijn tot deze wolf als er kennelijk meer meldingen ten grondslag hebben gelegen aan het beoordelen van het gedrag van de wolf en het nemen van het besluit. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat zij het door het college voor het eerst tijdens de zitting genoemde voorval op 7 augustus 2024 niet meeneemt in haar beoordeling, omdat het college dit in een eerder stadium had kunnen inbrengen en de stichtingen hier nu niet adequaat op hebben kunnen reageren. De wel in het Plan van aanpak opgenomen meldingen lopen tot en met 6 juli 2024 en zijn niet per melding onderbouwd met foto’s en/of feiten en de beschrijving is in veel gevallen erg beknopt. Verder wordt nergens vermeld door wie en op welke wijze wolf GW3237m per melding is geïdentificeerd. De verwijzing naar de paragraaf in het Plan van aanpak met daarin een algemene opsomming van de uiterlijke kenmerken van deze wolf vindt de voorzieningenrechter daarvoor onvoldoende. Door het ontbreken van informatie is niet duidelijk hoe de wolf-hond en wolf-mens situaties zijn verlopen. Het Plan van aanpak bevat verder ook geen uitwerking van hoe het gedrag van de wolf per situatie door een wolvendeskundige is beoordeeld.
Voor de wolf-hond situatie geldt dat de escalatieladder niet ziet op loslopende honden maar op aangelijnde honden (dus begeleid door mensen). Voor het voorval van 31 juli 2024 en de in de tabel opgenomen meldingen die zien op het benaderen door de wolf van mensen met aangelijnde honden geldt dat sprake is van de situatie onder “a” en dus een probleemsituatie. In die situatie worden als te nemen maatregelen genoemd: analyseren en monitoren situatie, mogelijk in gang zetten procedure voor toestemmingsbesluit verjaging met als doel negatieve conditionering en publiek voorlichten. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat de door het college vergunde activiteiten daar niet in (lijken te) passen. Daarbij maakt zij de kanttekening dat het zenderen wellicht kan worden gezien als ‘monitoren” maar dat dit niet duidelijk volgt uit het IPO 2019. Daarin wordt het zenderen niet genoemd als vorm van monitoring. [7] Ook op dit punt mist de voorzieningenrechter een toelichting in de omgevingsvergunning. Het college heeft in dit verband tijdens de zitting toegelicht dat de escalatieladder niet één-op- één is toegepast, maar dat met het Plan van aanpak juist maatwerk is geleverd in het belang van de wolf en de mens/hond. De voorzieningenrechter is daarover van oordeel dat, als de escalatieladder niet wordt gevolgd, afwijkingen daarvan wel goed gemotiveerd moeten worden. Dat is in de omgevingsvergunning onvoldoende gebeurd.