Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal aangifte [2] van 12 juni 2023 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van verhoor getuige met bijlagen [3] van 26 mei 2023 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Dat heeft hij twee keer herhaald, dat meisje tegen de muur aan gooien. Op dat moment zag ik dat het meisje tegen de muur aan stond, de man pakte haar letterlijk bij haar hoofd vast en wat ik gezien heb is dat hij zeker een keer of drie, vier haar hoofd als een bal tegen de muur gooide. Op dat moment zag ik dat meisje echt op de grond vallen en als een plumpudding in elkaar zakken. Toen stond ik nog op dat fietspad en liep ik op de man af. Ik zei tegen de man: "He mafketel wat ben jij nou aan het doen. Doe eens ff normaal." Toen pakte hij dat meisje op een gegeven echt beet, met haar tussen zijn armen, haar tegen zijn lijf aangedrukt en toen liep hij weg. Toen hij wegliep, liep ik richting hem, eigenlijk achter hem aan. Ik vroeg "Wat ben je allemaal het doen". Hij zei: "Ik ben het helemaal zat. Ik wil geen problemen". En toen liet hij dat meisje midden op het grasveld uit zijn handen vallen.
ter terechtzittingvan 23 januari 2024 verklaard:
proces-verbaal aangifte [4] van 12 juni 2023 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van verhoor getuige met bijlagen [5] van 26 mei 2023 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van bevindingen [6] van 21 mei 2023 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Als je mij lijp wilt krijgen moet je gewoon doorgaan nu. Het is makkelijker om je gewoon lek te steken. Anders bind ik je gewoon rondom vast en laat ik je gewoon ergens achter."Aangezien verdachte en aangeefster op dat moment alleen in de woning waren, moet dit de stem van verdachte zijn geweest. Hieruit blijkt dat verdachte niet de intentie had om aangeefster ‘met goede bedoelingen’ naar haar woning te brengen. De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zo zeer gericht op het wederrechtelijk beroven van de vrijheid van aangeefster dat het opzet van verdachte wettig en overtuigend kan worden bewezen.
5.BEWEZENVERKLARING
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
6.STRAFBAARHEID DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- een uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 26 oktober 2023;
- een Pro Justitia psychiatrisch onderzoek van 12 augustus 2023, opgemaakt door M.M. Sprock, psychiater (hierna: de psychiater);
- een Pro Justitia psychologisch onderzoek van 21 augustus 2023, opgemaakt door T.W. van de Kant, klinisch psycholoog, en L.F.P.Q van der Vis, GZ-psycholoog (hierna: de psychologen);
- een reclasseringsrapportage van 19 september 2023, opgemaakt door E. Maurits, reclasseringswerker.
- een contactverbod met [slachtoffer] ; en
- een locatieverbod voor de [straat] , [woonplaats] .
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- verklaart de onder 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van
- stelt daarbij een
- als
bijzondere voorwaardendat verdachte gedurende de proeftijd:
- legt aan verdachte op
- beveelt dat verdachte:
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 4.006,27, bestaande uit een vergoeding van € 6,27 voor materiële schade en een vergoeding van € 4.000,- voor immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 20 mei 2023 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde aan materiële en immateriële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 4.006,27 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 20 mei 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 50 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.