Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 30 april 2024;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres vordert betaling van een bedrag van €11.838,10 wegens niet-betaalde facturen voor werkzaamheden verricht onder een samenwerkingsovereenkomst met gedaagde. Gedaagde betwist de vordering, maar onderbouwt haar stellingen niet met bewijs van betaling. De kantonrechter wijst de vordering toe en gaat ervan uit dat de facturen onbetaald zijn gebleven.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de wettelijke handelsrente over het openstaande bedrag vanaf 21 maart 2024, met inachtneming van een gedeeltelijke betaling van €1.000,00 op 27 maart 2024. Ook worden buitengerechtelijke incassokosten van €903,38 toegewezen, conform het toepasselijke Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.
Tot slot draagt de kantonrechter gedaagde op de proceskosten van eiseres te vergoeden, begroot op €2.065,22, inclusief nakosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat betaling ook bij hoger beroep kan worden afgedwongen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €13.039,88 plus wettelijke handelsrente en proceskosten.