Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
2 de stichting
STICHTING GGZ CENTRAAL,
1.De procedure
2.De feiten
a) Een opname in een klinische behandelsetting bij de GGZ heeft niet plaatsgevonden. De [gedaagde sub 1] heeft, gedurende het verblijf van de cliënt bij de [gedaagde sub 1] , aangegeven aan de GGZ en de veldtafel dat de problematiek van deze cliënt te complex was voor Beschermd Wonen. De [gedaagde sub 1] geeft in zijn rapportage aan dat een psychiater van de GGZ dit beeld bevestigde.
3.Het geschil
4.De beoordeling
(“ [D (voornaam)] is van plan om naar het station te gaan. Hij belt nu met mij, maar hij blijft afscheid nemen en dat doet hij gewoonlijk niet.”) en het daarop gevolgde telefoongesprek met [E (voornaam)] in een ander daglicht te staan.