Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
2.Kern van de zaak
3.De beoordeling
waarin die zich verkeert’. Het staat echter niet vast wat de staat van de jurk bij aanvang van de huur was. [eiseres] heeft namelijk geen foto’s gemaakt en er is ook geen beschrijving gemaakt. Omdat een beschrijving van de staat ontbreekt, wordt op grond van de wet [1] vermoed dat [gedaagde] de jurk aan het begin van de huurperiode van [eiseres] heeft ontvangen zoals zij deze bij het einde van de huur heeft teruggebracht (dus met een aantal losse draadjes). [eiseres] heeft onvoldoende onderbouwd dat de staat bij aanvang een andere was, om dit vermoeden te weerleggen.