ECLI:NL:RBMNE:2024:5565
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard op basis van eigen aankoopprijs
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning voor het kalenderjaar 2023, met waardepeildatum 1 januari 2022. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde vast op €660.000,-, welke door eiser werd betwist na een eerdere afwijzing van bezwaar.
Eiser kocht de woning op 30 april 2021 voor €650.000,- en voerde aan dat de overspannen woningmarkt tot een overbieding leidde, waardoor de aankoopprijs niet representatief zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de aankoopprijs de beste indicatie is van de marktwaarde, mede omdat het een-na-hoogste bod slechts €5.000,- lager was, wat de marktconformiteit bevestigt.
Andere aangevoerde vergelijkingen, zoals de transactie van de buurwoning en WOZ-waarden van andere woningen in de straat, werden niet relevant geacht omdat de buurwoning niet openbaar werd aangeboden en er onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de woningen identiek waren.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar met de eigen aankoopprijs, geïndexeerd naar de waardepeildatum, aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €660.000,- blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €660.000,- wordt ongegrond verklaard.