De kinderrechter heeft op 27 augustus 2024 een beschikking gegeven over de voortzetting van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleeggezin. De zaak betrof een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om de uithuisplaatsing voort te zetten vanwege ernstige zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder.
Eerder was de beslissing op het verzoek aangehouden en was een spoedmachtiging verleend. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de moeder niet in staat is om de noodzakelijke zorg te bieden, mede door haar diep-verstandelijke beperking, hechtingsproblematiek en PTSS. Pogingen tot plaatsing in moeder-kindhuizen slaagden niet, en de situatie escaleerde zelfs met politie-inzet.
De moeder betoogde dat zij in een passende, kleinschalige setting een eerlijke kans verdient om haar opvoedvaardigheden te tonen, maar de kinderrechter achtte dit niet realistisch. Het belang van de minderjarige, die momenteel veel spanning en onzekerheid ervaart, weegt zwaarder dan het belang van een nieuw experiment met de moeder.
De kinderrechter verlengt daarom de machtiging tot uithuisplaatsing in een pleeggezin tot 11 juni 2025 en benadrukt het belang van omgang tussen de minderjarige en zijn ouders. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.