Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
kantonrechter
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde Schaap Juristen,
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
verschenen in persoon.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert de oud-vennoot, die in 2022 is uitgetreden uit een vennootschap onder firma, de afgifte van stukken door de andere vennoot voor zijn aangifte inkomstenbelasting over 2022. De vordering richt zich met name op de jaaropgave van de vennootschap onder firma.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot afgifte van de jaaropgave toewijsbaar is, omdat hierover bindende afspraken zijn gemaakt in de vennootschapsovereenkomst en via WhatsApp. De andere vennoot heeft de jaaropgave ondanks herhaalde verzoeken niet verstrekt en een beroep op overmacht en onvoorziene omstandigheden slaagt niet.
De vordering tot afgifte van overige stukken, zoals de aangifte inkomstenbelasting van de andere vennoot en zijn oud-partner, het overzicht van zakelijke kilometers en medische kosten, wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over de gevorderde documenten.
De kantonrechter legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €2000 om naleving van de afgifteplicht af te dwingen. Daarnaast wordt een vergoeding van buitengerechtelijke kosten van €559,63 toegekend en wordt de andere vennoot veroordeeld in de proceskosten van €429,39. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot afgifte van de jaaropgave van de vennootschap onder firma 2022 en een dwangsom worden toegewezen, overige vorderingen afgewezen.