Partijen hadden een affectieve relatie die in 2023 is geëindigd. Eiseres stelt dat gedaagde tijdens de relatie €13.500 van haar heeft geleend en dat hij nog spullen van haar bezit. Zij vordert terugbetaling van het geld en afgifte van de spullen.
Gedaagde ontkent de lening en zegt een deel van de spullen niet in bezit te hebben. De kantonrechter oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een leningsovereenkomst. De overgelegde bankafschriften tonen alleen overboekingen, maar geen afspraken over terugbetaling. Ook de chatberichten duiden op een toekomstige transactie, niet op een lening.
Ten aanzien van de spullen erkent gedaagde de fotocamera, portrettekening met boek en een trui in bezit te hebben en zal hij deze binnen twee weken afgeven bij de gemachtigde van eiseres. De vordering tot afgifte van overige kleding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.