ECLI:NL:RBMNE:2024:5634

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 oktober 2024
Publicatiedatum
30 september 2024
Zaaknummer
11034940
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:129 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugbetaling lening en afgifte spullen na beëindiging affectieve relatie afgewezen wegens onvoldoende bewijs

Partijen hadden een affectieve relatie die in 2023 is geëindigd. Eiseres stelt dat gedaagde tijdens de relatie €13.500 van haar heeft geleend en dat hij nog spullen van haar bezit. Zij vordert terugbetaling van het geld en afgifte van de spullen.

Gedaagde ontkent de lening en zegt een deel van de spullen niet in bezit te hebben. De kantonrechter oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een leningsovereenkomst. De overgelegde bankafschriften tonen alleen overboekingen, maar geen afspraken over terugbetaling. Ook de chatberichten duiden op een toekomstige transactie, niet op een lening.

Ten aanzien van de spullen erkent gedaagde de fotocamera, portrettekening met boek en een trui in bezit te hebben en zal hij deze binnen twee weken afgeven bij de gemachtigde van eiseres. De vordering tot afgifte van overige kleding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van €13.500 wordt afgewezen; gedaagde moet enkele spullen binnen twee weken afgeven.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 11034940 \ AC EXPL 24-857 WMB/61313
Vonnis van 2 oktober 2024
in de zaak van
[eiseres],
wonend in [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. H. Hulshof,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.G. van Westrenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 maart 2024 met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de akte aanvullende producties van [eiseres] ;
- de usb-stick met opnames van [eiseres] .
1.2.
Op 27 augustus 2024 is er een mondelinge behandeling gehouden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. [eiseres] is daarbij verschenen, samen met haar gemachtigde, mr. Hulshof. De heer [A] was ook bij de zitting aanwezig ter ondersteuning van [eiseres] . [gedaagde] is op de zitting verschenen, bijgestaan door mr. Van Westrenen. Aan het begin van de zitting werd duidelijk dat [gedaagde] (dacht dat hij) niet over alle stukken beschikte die door [eiseres] in de procedure zijn ingebracht. In overleg met partijen heeft de kantonrechter daarom de zitting aangehouden en is de mondelinge behandeling voortgezet op 2 september 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij dezelfde personen aanwezig waren.
1.3.
Aan het eind van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
Partijen hebben samen een affectieve relatie gehad, die in [2023] is geëindigd. [eiseres] stelt dat [gedaagde] tijdens de relatie in totaal € 13.500,00 van haar heeft geleend en dat hij nog spullen van haar in zijn bezit heeft. [eiseres] wil dat [gedaagde] het geld terugbetaalt en dat hij de spullen teruggeeft, en is daarom deze procedure gestart. [gedaagde] ontkent dat hij geld van [eiseres] zou hebben geleend en weigert daarom te betalen. Van een deel van de spullen zegt [gedaagde] dat hij ze niet terug kan geven, omdat hij ze volgens hem niet in zijn bezit heeft. De kantonrechter zal de vorderingen van [eiseres] grotendeels afwijzen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

3.De beoordeling

Het is niet vast komen te staan dat [gedaagde] geld van [eiseres] heeft geleend
3.1.
De kantonrechter zal de vordering van [eiseres] tot betaling van € 13.500,00 afwijzen, omdat het niet vast is komen te staan dat [gedaagde] dat bedrag van haar heeft geleend. [gedaagde] hoeft dat bedrag dus niet aan [eiseres] te betalen.
3.2.
[eiseres] beroept zich in deze procedure op een leningsovereenkomst, waarvan zij stelt dat zij die met [gedaagde] heeft gesloten tijdens hun relatie. Daarom is het ook aan haar om te onderbouwen dat [gedaagde] geld van haar heeft gekregen én dat zij hebben afgesproken dat hij dat geld aan haar zou terugbetalen. [1] Dat heeft zij niet voldoende gedaan.
3.3.
[gedaagde] heeft namelijk ontkend dat hij met [eiseres] heeft afgesproken dat hij haar geld zou terugbetalen, en [eiseres] heeft vervolgens onvoldoende onderbouwd dat partijen dat wel hebben afgesproken. Uit de stukken die [eiseres] heeft overgelegd blijkt dat namelijk niet. In de lijst met bij- en afschrijvingen die [eiseres] heeft overgelegd, is alleen te zien dat er verschillende bedragen naar [gedaagde] zijn overgemaakt, maar niet welke afspraken daarover zijn gemaakt. Uit de berichten die [eiseres] heeft overgelegd, volgt evenmin dat [gedaagde] geld aan [eiseres] zou moeten terugbetalen. [gedaagde] heeft namelijk aangegeven dat hij een deel van de berichten niet herkent en zegt dat dat deel van de berichten niet door hem is verstuurd. Zelfs als alle berichten wel van [gedaagde] afkomstig zouden zijn, dan volgt daaruit bovendien alleen dat [gedaagde] geld aan [eiseres] wilde betalen voor een tegenprestatie, en dus niet vanwege een eerder overeengekomen lening. In de berichten wordt namelijk gezegd dat er eerst “6 kilo terug” zou moeten, voordat [eiseres] daarvoor “12” zou krijgen. Uit het geheel van de overgelegde berichten wordt duidelijk dat het daarin gaat om een nog te sluiten overeenkomst voor een (vermoedelijk illegale) transactie en niet om de terugbetaling van een overeengekomen lening.
[gedaagde] moet een deel van de spullen teruggeven, voor zover hij dat nog niet heeft gedaan
3.4.
[eiseres] stelt dat [gedaagde] nog verschillende spullen van haar in zijn bezit heeft die zij van hem terug wil hebben, namelijk:
  • een fotocamera van het merk Nikon D3200;
  • een portrettekening van [eiseres] , gemaakt door [B] met het bijbehorende boek ‘ [.] ’;
  • kleding, waaronder een grijze trui van het merk America Today en een zwarte legging van de Hema.
3.5.
Tijdens de zitting heeft [gedaagde] aangegeven dat hij de fotocamera, de portrettekening met het bijbehorende boek en de trui van America Today inderdaad in zijn bezit heeft en dat hij die spullen terug zal geven. Op de zitting hebben partijen daarom afgesproken dat [gedaagde] die spullen binnen twee weken na de zitting zou afgeven bij het kantoor van mr. Van Westrenen, zodat [eiseres] ze daar kon (laten) ophalen. De kantonrechter zal [gedaagde] op grond van die afspraak veroordelen om die spullen af te geven bij het kantoor van mr. Van Westrenen. Voor zover hij dat nog niet heeft gedaan, zal [gedaagde] die spullen dus alsnog moeten afgeven.
3.6.
De kantonrechter zal de vordering tot afgifte van de (overige) kleding afwijzen. Volgens [gedaagde] heeft hij (behalve de eerder genoemde trui) geen kleding van [eiseres] , ook niet de door haar genoemde legging. [eiseres] heeft vervolgens niet onderbouwd dat [gedaagde] wel kleding van haar in zijn bezit heeft en om welke kleding het precies gaat en dat had zij wel moeten doen.
De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd
3.7.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk op 16 september 2024 de spullen als bedoeld in rechtsoverweging 3.5. af te geven bij het kantoor van zijn gemachtigde, mr. Van Westrenen,
4.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J.A. Boots en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2024.

Voetnoten

1.Artikel 7:129 lid 1 van Pro het Burgerlijk wetboek.