ECLI:NL:RBMNE:2024:5641
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen hoogte verhuiskostenvergoeding Wmo 2015
Eiseres maakte bezwaar tegen de hoogte van de verhuiskostenvergoeding die zij van de gemeente Zeist ontving op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Na een keukentafelgesprek en een eerste afwijzing kende de gemeente uiteindelijk een vergoeding van €3.000,- toe, waartegen eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
Eiseres stelde dat de werkelijke kosten van haar verhuizing €7.133,88 bedroegen en dat de gemeente had moeten onderzoeken of het standaardbedrag van €3.000,- naar boven moest worden bijgesteld. Zij voerde aan dat de offertes en facturen die zij overlegd had niet als uitgangspunt waren genomen en dat de gemeente ten onrechte was uitgegaan van standaardprijzen die niet aansloten bij haar situatie.
De rechtbank oordeelde dat de forfaitaire vergoeding van €3.000,- passend is als bijdrage in de zin van artikel 2.3.5, derde lid, Wmo 2015, omdat niet was gebleken dat de gemeente niet was uitgegaan van de goedkoopst adequate oplossing. De rechtbank vond dat de gemeente de specifieke omstandigheden van eiseres had onderzocht en dat er geen reden was om af te wijken van het standaardbedrag. De stelling dat laminaat in plaats van vinyl noodzakelijk was wegens gehorigheid was onvoldoende onderbouwd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de verhuiskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.