ECLI:NL:RBMNE:2024:5683
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen verbeuringsbrief niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een verbeuringsbrief van 8 juli 2024, waarin een last onder dwangsom van € 10.000,- van rechtswege is verbeurd. Tevens verzocht zij om schorsing van deze verbeuringsbrief en andere opgelegde lasten en boetes, alsmede een schadevergoeding.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het vereiste griffierecht van € 187 niet is betaald. De griffier had verzoekster bij aangetekende brief van 21 augustus 2024 een termijn gegeven om het griffierecht te voldoen. Hoewel de brief uiteindelijk op 26 augustus 2024 bij een PostNL-punt werd bezorgd en op 31 augustus 2024 werd afgehaald, heeft verzoekster het griffierecht niet betaald en geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim.
Op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro wordt het verzoek daarom zonder inhoudelijke behandeling afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. E.M. van der Linde op 10 september 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.