Uitspraak
1.[eiseres 1] B.V.,
2.
[eiseres 2] B.V.,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met foto’s;
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil over de aanvangshuurprijs van een woonruimte, waarbij de verhuurders ([eiseres 1] en [eiseres 2]) de uitspraak van de Huurcommissie betwisten. De Huurcommissie had de woonruimte 106 punten toegekend, wat een maximale huurprijs van €549,56 rechtvaardigt, terwijl partijen een huurprijs van €895 overeenkwamen.
Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat de Huurcommissie een onjuiste WOZ-waarde en oppervlakte hanteerde, waardoor het aantal punten moest worden verhoogd. De WOZ-waarde werd gecorrigeerd van €190.000 naar €225.000, wat 6 punten extra opleverde, en de oppervlakte werd aangepast van 34 m² naar 36,5 m², wat 2 extra punten gaf. Daarnaast werd het bouwjaar vastgesteld op 2008, waardoor voor de energieprestatie 32 punten toegekend moesten worden in plaats van 0.
Met deze correcties kwam het totaal op 146 punten, boven de grens van 145 punten voor geliberaliseerde verhuur. De kantonrechter verklaarde daarom dat de overeengekomen huurprijs van €895 redelijk is en in rekening mocht worden gebracht over de huurperiode van 1 juni 2022 tot en met 31 mei 2023. De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten van €565,72, welke uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart dat de overeengekomen huurprijs van €895 redelijk is en in rekening mocht worden gebracht.