ECLI:NL:RBMNE:2024:5706
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting restaurant wegens handel in drugs
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de burgemeester van 22 juli 2024 om het restaurant dat verzoekster exploiteert voor zes maanden te sluiten vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid cocaïne in het pand.
De voorzieningenrechter neemt spoedeisend belang aan en beoordeelt de rechtmatigheid van het besluit en de belangenafweging. Uit bestuurlijke rapportages blijkt dat op 7 juni 2024 tijdens een politiecontrole 4,79 gram cocaïne werd aangetroffen bij de partner van verzoekster, die een actieve rol in de bedrijfsvoering van het restaurant vervulde. Ook eerdere aanwijzingen en meldingen ondersteunen dat het pand een rol speelt in het drugscircuit.
De burgemeester heeft zich op artikel 13b Opiumwet gebaseerd en de sluitingsmaatregel als geschikt en noodzakelijk beoordeeld om de openbare orde te herstellen. Verzoekers stelden dat de zaak minder ernstig is en dat zij een plan voor heropening hebben, maar dit plan is nog niet beoordeeld op haalbaarheid.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de sluiting proportioneel is en dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. De belangen van de burgemeester wegen zwaarder dan die van verzoekers. Het verzoek om schorsing wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor vergoeding van kosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het restaurant wordt afgewezen.